Beslissing nr. ET 129.169 van 20 mei 2016

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing BTW nr. E.T.129.169 d.d. 20.05.2016

Invoer van goederen
Uitvoer van goederen

Inwerkingtreding van een nieuw communautair douanewetboek van de Unie - Btw-implicaties.

Per 01.05.2016 is in de Europese Unie een nieuw communautair douanewetboek in werking getreden.

Het douanewetboek van de Unie bestaat uit:

het wetboek zelf: Verordening (EU) nr. 952/2013 van 09.10.2013;

de uitvoeringsbepalingen:

* Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446 van 28.07.2015;

* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van 24.11.2015;

* Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2016/341 van 17.12.2015.

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het douanewetboek werd de btw-richtlijn 2006/112/EG niet gewijzigd.

Dit betekent dat de btw-principes inzake in- en uitvoer onverkort toepasselijk blijven:

Invoer: lidstaat van invoer, opeisbaarheid, schuldenaar, maatstaf van heffing, vrijstellingen …;

Uitvoer: schuldenaar, kettingverkopen, bewijs…..

Desondanks hebben twee bepalingen uit het nieuwe douanewetboek wel een onmiddellijke impact op de btw.

De definitie van de hoedanigheid van uitvoerder inzake douane

Inzake btw is de uitvoerder de persoon die goederen levert met vrijstelling van btw wegens uitvoer. De verkoper is schuldenaar van de btw op de levering die hij verricht.

Inzake douane definieert artikel 1 (19) van de Gedelegeerde Verordening nr. 2015/2446 voortaan wie de hoedanigheid van uitvoerder op het stuk van douane kan aannemen. In de regel is dat de persoon die rechtstreeks betrokken is bij het vervoer van de goederen buiten de EU. Personen gevestigd buiten het douanegebied van de EU kunnen echter nooit de hoedanigheid van uitvoerder inzake douane aannemen.

Ingevolge deze striktere bepaling inzake douane in vergelijking met de douanewetgeving van voorheen, kan het nu in bepaalde verkoopsituaties (bv. de levering 'ex works') voorkomen dat de uitvoerder inzake douane en de uitvoerder inzake btw niet langer dezelfde persoon zijn.

In vak 2 van de aangifte ten uitvoer kan uiteraard slechts één persoon vermeld worden. Dit vak is voorbehouden aan de douane. In vak 2 zal voortaan de uitvoerder inzake douane staan.

Gelet op wat voorafgaat en teneinde de aangifte ten uitvoer niet te laten verloren gaan als bewijsmiddel voor de toepassing van de btw-vrijstelling wegens uitvoer, zijn de Algemene Administratie Douane en Accijnzen en de Algemene Administratie van de Fiscaliteit overeengekomen de uitvoerder inzake btw (naam en btw-identificatienummer) altijd moet vermeld worden in vak 44 van de uitvoeraangifte, ook voor de situaties waarin de uitvoerder inzake douane en de uitvoerder inzake btw wel nog dezelfde persoon zijn.

Wat betreft het btw-identificatienummer gaat het dus om:

het individueel BE-nummer van de in België of daarbuiten gevestigde leverancier;

het globaal BE-nummer met beginkenmerk BE 796.6 van de vertegenwoordigde niet in België gevestigde leverancier wanneer deze niet beschikt over een individueel BE-nummer;

het btw-nummer van de niet in België gevestigde leverancier, toegekend door een andere lidstaat dan België, wanneer deze leverancier er niet toe gehouden is zich in België voor btw-doeleinden te identificeren;

geen btw-nummer wanneer de leverancier buiten de EU is gevestigd en in geen enkele lidstaat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.

Deze maatregel is ingegaan op 01.05.2016.

Op de website van de Algemene Administratie Douane en Accijnzen werd in een tabel de toepassing van de definitie van uitvoerder inzake douane en inzake btw uitgewerkt voor een aantal verkoopsituaties (http://intranet.finbel.intra/douane/_doc/UCC/2016-04-25-tabel_definitie_...).

De douaneregeling actieve veredeling

Overweging (50) van Verordening (EU) nr. 952/2013 bepaalt dat de douaneregeling behandeling onder douanetoezicht (BOD) geïncorporeerd wordt in de douaneregeling actieve veredeling (AV) en ermee samensmelt tot één douaneregeling.

Inzake btw was de regeling BOD geen opschortende regeling waardoor de invoer-btw onmiddellijk verschuldigd was bij de plaatsing van de goederen onder de douaneregeling.

Gelet op de bepalingen van het nieuwe douanewetboek, valt de regeling BOD ook inzake btw voortaan onder de douaneregeling AV. Daartoe zal artikel 23, § 4, 6° van het Btw-Wetboek aangepast worden met ingang van 01.05.2016. De wettelijke procedure daartoe is lopend.

Concreet betekent dit dat de regeling BOD inzake btw onder de regeling AV valt en inzake btw een opschortende regeling wordt. Hierdoor moet bij de invoer van de goederen geen btw meer betaald worden. De invoer-btw is verschuldigd op het tijdstip dat de douaneregeling aangezuiverd wordt door het in vrij verkeer brengen van de goederen. De invoer-btw is verschuldigd in de lidstaat waar de goederen uit de douaneregeling AV gaan.

Ook deze bepaling is ingegaan op 01.05.2016.

Overige bepalingen

Naast voornoemde twee bepalingen met onmiddellijke impact op de btw, bevat het nieuwe douanewetboek ook een aantal bepalingen die btw-gevolgen zullen ressorteren op het tijdstip waarop de overgangsperiode inzake douane afloopt, met name na 31.12.2020.

Dat is met name het geval voor de faciliteiten die aangevers op het stuk van douane bij wet zullen verkrijgen bij het indienen van douane-aangiften bij in- en uitvoer van goederen:

geen aanbrenging meer van de goederen bij de douane;

inschrijving van de douane-aangifte in de boekhouding van de aangever;

indiening van de douane-aangifte op de plaats waar de aangever is gevestigd, ongeacht waar in de EU de goederen zich bevinden;

het grensoverschrijdend karakter binnen de EU van deze faciliteiten.

Jozef MARCKX
Adviseur-generaal

Geschreven op 29 mei 2016